De WHO-code: geen kunst aan!

130924WHOCodebookcover

Naar aanleiding van een aantal recente voorvallen wil ik graag weer eens de internationale WHO-code in de schijnwerpers plaatsen. Dit document neemt een belangrijke plaats in waar het de bescherming, bevordering en ondersteuning van borstvoeding betreft.
Het document is hier te vinden, net als de links naar de bijbehorende resoluties van latere datum. Zij vormen een integraal onderdeel van de code als geheel.

De International Code of Marketing of Breastmilk Substitutes (kortweg de WHO-code) werd in 1981 aangenomen door de algemene vergadering (WHA, World Health Assembly) van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), die een gespecialiseerd onderdeel is van de Verenigde Naties.
Er gaan tegenwoordig vaak stemmen op om maar geen rekening meer te houden met de WHO-code, omdat kunstmatige zuigelingenvoeding, flessen en spenen nu eenmaal nodig zijn. Mensen die de WHO-code aan hun laars lappen, zeggen dat ‘ie veel te streng is, onrealistisch, overdreven. Kunstvoeding, zo zeggen ze, is tegenwoordig ook heel prima en je kunt ook niet verwachten dat een moeder maar aldoor beschikbaar is voor haar kind. Ze móet wel een fles gebruiken, dus waarom is de WHO-code daar tegen?

Het is goed te bedenken dat de code is opgesteld als een *minimum eis* ter bescherming van de gezondheid van kinderen wereldwijd. Op grond van het verdrag voor de Rechten van het Kind hebben kinderen recht op de “highest attainable standard of health”. Om zeer vele en wetenschappelijk zeer gedegen onderbouwde redenen begint dat recht met een goed lopende borstvoedingsrelatie met de eigen moeder. Zij geeft de baby een leefomgeving en voeding die de immuniteit beschermen en opbouwen. De levende cellen die de moeder aan haar baby doorgeeft via de melk spelen daarbij een belangrijke rol. (Vandaag zei iemand grappend dat kunstmatige zuigelingenvoeding óók levende cellen bevat en ze doelde daarmee vervuiling met ziekteverwekkende bacteriën… niet het type levende cellen waar je een baby van wilt voorzien!)

Wat verder vaak over het hoofd wordt gezien, is dat de code *geen verbod* is op het gebruik en de verkoop van de producten die eronder vallen (zoals kunstmatige zuigelingenvoeding, opvolgmelk, flessen en spenen). De code legt de *marketing* aan banden, de ongebreidelde reclame die bol staat van valse voorlichting en claims die niet kunnen worden waargemaakt. Ook is het zorgverleners op grond van de WHO-code niet toegestaan reclame te maken voor de genoemde producten, mogen ze geen cadeautjes aannemen van de industrie of zich door haar laten fêteren met zeiltochtjes en weekendjes weg. De industrie zelf mag zich niet rechtstreeks wenden tot zwangeren en moeders, omdat dit het vertrouwen in de mogelijkheden tot borstvoeding gemakkelijk kan ondermijnen.

De WHO-code heeft dus vooral tot doel om baby’s een eerlijke kans te geven op een voldoende lange periode aan de borst bij hun moeder. Daar kan een weldenkend mens toch bezwaarlijk wat op tegen hebben. Dat mogelijk te maken, daar zou toch geen kunst aan moeten zijn?! 

Ik ben benieuwd naar jouw reactie op onderstaande vragen:

* Ken je de tekst van de WHO-code en wat vind je ervan?
* Denk je dat je zelf wordt beïnvloed door kunstvoedingsreclame?