Kleedgeld geef je tot je kind financieel zelfstandig is, maar in de meeste gevallen stopt het ergens tussen de 18 en 23 jaar. Zolang een kind studeert of thuis woont en nog geen eigen inkomen heeft, is kleedgeld een gangbare manier om kleding te regelen zonder dat je als ouder elke aankoop bijhoudt. Zodra je kind gaat werken en zelf in zijn of haar levensonderhoud voorziet, heeft kleedgeld geen functie meer.
Wanneer begin je met kleedgeld en wanneer stop je?
De meeste ouders stappen over van zakgeld naar kleedgeld rond de leeftijd van 12 tot 13 jaar. Op die leeftijd worden kinderen bewuster van kleding en willen ze zelf keuzes maken. Je geeft ze dan een vast bedrag per maand of per kwartaal, en zij betalen daar zelf hun kleding van. Dat is ook het moment waarop kleedgeld pas echt werkt, want het leert ze budgetteren.
Aan de bovenkant is er geen harde grens. Veel ouders stoppen met kleedgeld als hun kind 18 wordt en werkt, of als een studie wordt afgerond. Maar voor studerende kinderen die weinig bijverdienen, loopt kleedgeld vaak door tot het einde van de studie. Dat is in Nederland gemiddeld rond de 22 à 23 jaar. Nibud hanteert geen vaste stopleeftijd, maar adviseert wél om met je kind af te spreken hoe lang het kleedgeld duurt en wat de voorwaarden zijn.
Tot welke leeftijd kleedgeld: een overzicht per situatie
De leeftijd waarop je stopt hangt sterk af van de situatie van je kind. Hieronder een praktisch overzicht:
- Kind gaat werken na de middelbare school (18 jaar): Kleedgeld stopt zodra er eigen inkomen is om kleding van te betalen.
- Kind gaat studeren en woont thuis: Kleedgeld loopt vaak door, soms tot 21 à 23 jaar, afhankelijk van wat je als ouder afspreekt.
- Kind gaat studeren en woont op kamers: Kleedgeld gaat soms over in een algemene maandelijkse bijdrage. Je maakt dan nieuwe afspraken over wat daarin zit.
- Kind combineert studie en bijbaan: Een goed moment om het kleedgeld te verlagen of gedeeltelijk te stoppen, zodat je kind stap voor stap zelf verantwoordelijkheid neemt.
Maak duidelijke afspraken, ook over de einddatum
Nibud adviseert om kleedgeld vast te leggen in een eenvoudig contract. Daarin schrijf je op wat het bedrag is, wanneer het wordt overgemaakt, wat je kind er zelf van betaalt en tot wanneer de afspraak geldt. Zo weet je kind precies waar het aan toe is en voorkom je discussies achteraf.
Een einddatum vastleggen is juist handig bij kleedgeld. Stel dat je afspreekt: “Jij krijgt kleedgeld tot je 22e verjaardag, daarna regel je het zelf.” Dan weet je kind dat er een moment komt waarop dit stopt, en kan hij of zij zich daarop voorbereiden. Dat is ook pedagogisch slim: het helpt je kind om financieel zelfstandiger te worden.
Hoeveel kleedgeld is gebruikelijk?
Het precieze bedrag hangt af van de leeftijd en de afspraken die je maakt. Als richtlijn: hoe ouder het kind, hoe hoger het kleedgeld, omdat een tiener van 17 andere kledingbehoeften heeft dan een kind van 13. Naar schatting gaven ouders in 2025 aan kinderen van 12 tot 18 jaar ergens tussen de 15 en 40 euro per maand aan kleedgeld, afhankelijk van de inkomens en leefstijl van het gezin. Voor studerende kinderen van 18 jaar en ouder lagen de bedragen vaak hoger, soms richting 50 tot 75 euro per maand, zeker als sportkleding, werkkleding of seizoenskleding daar ook onder viel.
Bepaal ook goed wat er wél en niet onder het kleedgeld valt. Schooluniform, sportkleding en winterjassen vallen er soms buiten en worden apart vergoed. Dat scheelt discussie.
Kort samengevat: kleedgeld stopt op het moment dat je kind genoeg eigen inkomen heeft om kleding zelf te betalen. Voor de meeste gezinnen is dat ergens tussen de 18 en 23 jaar. Maak de einddatum concreet en leg hem vast, dan weet iedereen waar hij aan toe is.



