Voor een kind van 7 jaar ligt een reëel zakgeld tussen de € 1,40 en € 2,30 per week. Dat zijn de richtlijnen van het Nibud (Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting), de meest gebruikte referentie voor zakgeld in Nederland. Het precieze bedrag binnen die bandbreedte kies je zelf, afhankelijk van wat je kind er zelf van moet kunnen betalen.
Zakgeld 7 jaar: de Nibud-richtlijn uitgelegd
Het Nibud geeft voor elk leeftijdsjaar een onder- en bovengrens. Voor een 7-jarige is dat € 1,40 tot € 2,30 per week. Ter vergelijking: voor een 6-jarige is dat € 1,20 tot € 2,30 en voor een 8-jarige al € 1,90 tot € 2,80. Het verschil per jaar is klein, maar het idee is dat het zakgeld meegroeit met de leeftijd en de verantwoordelijkheden van je kind.
De ondergrens van € 1,40 is geschikt als je kind nog weinig zelf hoeft te betalen, bijvoorbeeld omdat speelgoed, snoep en uitjes grotendeels door jou worden vergoed. De bovengrens van € 2,30 past beter als je kind al kleine aankopen zelfstandig doet, zoals een ijsje bij de sportclub of een spelletje bij een vriendje.
Wat koopt een kind van 7 er zelf van?
Op deze leeftijd gaat zakgeld typisch op aan kleine dingen: een snoepje, een kaartje voor een kaartspel, of iets van de school. Kinderen van 7 begrijpen nog niet volledig hoe geld werkt, maar zakgeld helpt ze dat stap voor stap te leren. Ze merken wat het betekent als het geld op is voor het einde van de week.
Het helpt om van tevoren af te spreken wat je kind zelf van het zakgeld betaalt en wat jij vergoedt. Als een kind weet dat snoep van het eigen zakgeld moet, maar een nieuw boek of speelgoed van jou komt, is de grens duidelijk en leert het kind gerichter omgaan met het bedrag.
Per week of per maand uitkeren?
Voor een kind van 7 jaar werkt wekelijks uitkeren het beste. Een week is een overzichtelijk tijdsbestek op deze leeftijd. Maandelijks is voor de meeste 7-jarigen te lang om goed te plannen. Ze begrijpen nog niet goed hoe lang een maand duurt en geven het geld daardoor vaak meteen uit.
Kies een vast moment, zoals elke zaterdagochtend. Dat geeft structuur en maakt zakgeld een vanzelfsprekend onderdeel van de week. Zo leren kinderen ook wachten op hun geld, wat op zichzelf al een nuttige les is.
Hoeveel geef je per maand als je maandelijks wil uitkeren?
Wil je toch liever maandelijks overmaken, reken dan het weekbedrag om. Bij € 1,40 per week komt dat neer op ongeveer € 6,00 per maand. Bij € 2,30 per week is dat zo’n € 10,00 per maand. Houd dan wel in de gaten dat 7-jarigen moeite kunnen hebben met zo’n groot bedrag aan het begin van de maand.
Mag je afwijken van de Nibud-richtlijn?
De bedragen van het Nibud zijn richtlijnen, geen verplichtingen. Je kunt prima iets lager of hoger gaan, afhankelijk van je eigen situatie. Geef je minder, bespreek dan met je kind wat het er wel en niet van kan kopen, zodat het niet teleurgesteld is. Geef je meer, zorg dan dat het kind ook iets meer zelf bekostigt, zodat het zakgeld nog iets om het lijf heeft.
Wat je beter kunt vermijden, is zakgeld koppelen aan gedrag of taken. Als het zakgeld afhankelijk is van of je kind zijn kamer opruimt, verliest het zijn functie als leermiddel voor omgaan met geld. Klusjes thuis zijn prima, maar houd die los van het vaste zakgeld.
Voor een 7-jarige is € 1,40 tot € 2,30 per week een goed startpunt. Begin met een bedrag dat past bij wat je kind zelf mag uitgeven, spreek duidelijke afspraken af, en verhoog het zakgeld mee als je kind ouder wordt.



