Bericht delen

Andere berichten

Andere Categorieën

Over de schrijver

Hoeveel kleedgeld voor een 15-jarige? Bedragen en tips

Inhoudsopgave

Voor een 15-jarige ligt het kleedgeld volgens het Nibud rond de 25 tot 35 euro per maand. Dat is het bedrag dat je kind zelf beheert voor kleding, schoenen en soms accessoires. Het exacte bedrag hangt af van wat je er als ouder precies onder laat vallen en hoeveel ruimte je hebt in het gezinsbudget.

Wat valt er onder kleedgeld voor 15 jaar?

Kleedgeld is anders dan zakgeld. Zakgeld is bedoeld voor kleine dagelijkse uitgaven, zoals een drankje of een bioscoopkaartje. Kleedgeld dekt grotere aankopen: een spijkerbroek, nieuwe sneakers, een jas of een trui. Sommige ouders tellen ook schoolbenodigdheden of sportkleding mee, anderen niet. Het is slim om dat vooraf duidelijk af te spreken, zodat er geen misverstanden ontstaan.

Bij 25 euro per maand heeft een 15-jarige op jaarbasis zo’n 300 euro te besteden aan kleding. Aan de bovenkant van de Nibud-bandbreedte, bij 35 euro per maand, loopt dat op naar 420 euro per jaar. Daarmee lukt het om een basale garderobe bij te houden, al is er weinig ruimte voor dure merkkleding.

Hoeveel kleedgeld voor een 15-jarige is realistisch?

Het Nibud hanteert voor 15-jarigen een bandbreedte van 25 tot 35 euro per maand. De onderkant past bij een bescheiden budget of een gezin waar ouders de grote aankopen (zoals een winterjas) apart betalen. De bovenkant is reëler als het kind echt alles zelf koopt, inclusief schoenen en seizoenskleding.

Ter vergelijking: voor 16-jarigen adviseert het Nibud 25 tot 43 euro per maand, en voor 17-jarigen 25 tot 40 euro. Het bedrag stijgt niet automatisch elk jaar, maar hangt ook af van wat het kind zelf al kan bijverdienen en welke verantwoordelijkheid je als ouder wilt meegeven.

Maandelijks of als pot voor het seizoen?

Je kunt kleedgeld maandelijks uitbetalen, maar ook per kwartaal of per seizoen. Een seizoenspot heeft een voordeel: je kind leert sparen voor een duurdere aankoop in plaats van elke maand een klein bedrag te spenderen. Geef je 35 euro per maand, dan is dat per kwartaal 105 euro. Daarmee is een fatsoenlijk paar schoenen al haalbaar.

Nadeel van een grote pot ineens is dat sommige 15-jarigen die snel opmaken en dan de rest van het seizoen niets meer hebben. Dat kan ook leerzaam zijn, maar bespreek van tevoren wat er gebeurt als het geld op is. Ga je dan bijspringen of niet? Duidelijkheid vooraf voorkomt discussies achteraf.

Wanneer pas je het bedrag aan?

Het heeft zin om het kleedgeld te herijken als je kind groeit (nieuwe schoenmaten komen sneller dan je denkt), van school wisselt en plotseling ander kledingbeleid treft, of zelf gaat bijverdienen en dus meer eigen inkomsten heeft. Ook als de kosten van levensonderhoud stijgen, kan het verstandig zijn het bedrag naar boven bij te stellen. Naar schatting rond 2026 betalen ouders voor basissportkleding al gauw 50 tot 80 euro per artikel, wat de 25-euro-ondergrens extra krap maakt als schoenen ook van het kleedgeld moeten komen.

Een goed moment voor zo’n gesprek is het begin van een nieuw schooljaar. Dan weet je kind welke kleding echt nodig is en kun je samen een realistisch bedrag bepalen.

De Nibud-bandbreedte van 25 tot 35 euro per maand voor een 15-jarige is een handig vertrekpunt, maar de juiste hoogte hangt af van wat je er precies onder rekent en wat bij jullie gezin past. Spreek duidelijk af wat van het kleedgeld betaald moet worden, en wat er gebeurt als het op is. Zo leer je je kind omgaan met een vast budget, wat later goed van pas komt.