Voor een kind van 11 jaar ligt een redelijk zakgeld tussen de € 2,30 en € 3,50 per week, volgens de richtlijnen van het Nibud. Dat is het bedrag waar de meeste ouders in Nederland op uitkomen, maar het exacte bedrag hangt af van wat je kind zelf moet betalen van dat zakgeld.
Hoeveel zakgeld voor 11 jaar: de Nibud-richtlijn
Het Nibud (Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting) geeft al jaren richtlijnen voor zakgeld per leeftijd. Voor een kind van 11 jaar is de bandbreedte € 2,30 tot € 3,50 per week. De ondergrens is gelijk aan wat een 9- of 10-jarige krijgt; de bovengrens ligt iets hoger dan bij 10 jaar (€ 2,80). Dat weerspiegelt dat een 11-jarige al wat meer zelf wil kunnen regelen.
Ter vergelijking: een 12-jarige krijgt volgens het Nibud al tussen de € 2,60 en € 4,70 per week. Zit je kind bijna 12? Dan is de hogere kant van de bandbreedte voor 11 jaar een logische keuze.
Per week of per maand uitbetalen?
De meeste ouders geven zakgeld wekelijks aan een kind van deze leeftijd. Dat maakt het overzichtelijk: een week is voor een 11-jarige een goed te begrijpen periode. Wil je het maandelijks doen, reken dan het weekbedrag maal 4 (of maal 4,3 voor een gemiddelde maand). Bij € 3,00 per week komt dat neer op ongeveer € 13,00 per maand.
Wat betaalt je kind zelf van dit zakgeld?
Het is slim om vooraf duidelijk af te spreken waarvoor het zakgeld bedoeld is. Gangbare afspraken voor een kind van 11 jaar zijn:
- Een ijsje of snoep onderweg kopen
- Een klein cadeautje voor een vriendje of vriendinnetje
- Apps of spelletjes (als jullie dat afspreken)
- Extra’s bij sport of hobby, buiten de vaste kosten die jij betaalt
Schoolspullen, kleding en schoolreisjes vallen hier doorgaans buiten. Die betalen ouders apart, of ze geven daar apart kleedgeld of spaargeld voor. Maak dus concreet wat wel en niet van het zakgeld betaald wordt, zodat je kind weet waar het aan toe is.
Is meer of minder geven ook goed?
De Nibud-bedragen zijn richtlijnen, geen regels. Je kunt prima minder geven als je kind nog weinig uitgeeft, of iets meer als hij of zij al zelfstandiger is en vaker zelf dingen koopt. Geef je flink meer dan de bovengrens, dan loop je het risico dat zakgeld zijn leereffect verliest: je kind hoeft dan nooit echt keuzes te maken. Dat is precies de reden waarom zakgeld nuttig is, namelijk leren omgaan met een beperkt budget.
Geef je structureel minder dan € 2,30 per week, bedenk dan of je kind genoeg heeft om écht iets mee te doen. Als het bedrag te klein is om ooit iets van te kopen, prikkel je het sparen en kiezen ook niet.
Zakgeld verhogen als je kind 11 wordt?
Zit je kind net op de grens van 10 naar 11 jaar? Dan is een verjaardag een goed moment om het zakgeld iets te verhogen. Leg uit waarom: “Je wordt ouder, dus je mag zelf meer beslissen, maar je betaalt ook meer zelf.” Dat maakt de verhoging concreet en leerzaam.
Voor een 11-jarige is € 2,50 tot € 3,00 per week een praktisch startpunt voor de meeste gezinnen, naar schatting rond 2026. Van daaruit kun je elk jaar rond de verjaardag evalueren of het bedrag past bij wat je kind nodig heeft en zelf kan beheren.



