Voor een 14-jarige ligt een redelijk zakgeld tussen de €25 en €32 per maand. Dat zijn de richtlijnen van het Nibud, het nationale instituut voor budgetvoorlichting. Dit bedrag is bedoeld als zakgeld puur voor eigen uitgaven, zoals snoep, drankjes, een spelletje of een bioscoopkaartje. Kleedgeld staat daar los van.
De spreiding van €25 tot €32 geeft je ruimte om een bedrag te kiezen dat past bij wat jij als ouder kunt missen en wat jouw kind aankan. Niet elk gezin geeft hetzelfde, en dat is prima. Hieronder lees je wat je bij dat bedrag moet meewegen.
Wat valt er onder zakgeld voor een 14-jarige?
Zakgeld is bedoeld voor kleine, persoonlijke uitgaven die een kind zelf kiest. Denk aan een ijsje, een app, een tijdschrift of een bioscoopkaartje met vrienden. Bij 14 jaar worden die uitgaven wat groter dan bij een kleiner kind, omdat jongeren vaker zelf afspreken en meer eigen keuzes maken.
Wat er NIET onder valt, is kleedgeld. Als je jouw kind ook een budget geeft voor kleding, schoenen of sportspullen, dan tel je dat er apart bij op. Het Nibud maakt dat onderscheid bewust, zodat duidelijk is waarvoor het geld is.
Zakgeld per maand of per week uitkeren?
Op 14-jarige leeftijd is een maandelijks ritme een logische stap. Wekelijks zakgeld werkt prima voor jongere kinderen, maar maandelijks leren omgaan met een vast bedrag is een goede voorbereiding op later. Je kind leert dan dat het halverwege de maand misschien even op de rem moet staan als het te snel heeft uitgegeven.
Wil je die overgang geleidelijk maken? Geef dan twee weken als tussenstap: elke twee weken een half maandbedrag. Zo leer je jouw kind stap voor stap plannen zonder dat het meteen een volle maand moet overbruggen.
Hoeveel zakgeld krijgen 14-jarigen gemiddeld?
Volgens de Nibud-richtlijnen ligt het gangbare bedrag voor een 14-jarige op €25 tot €32 per maand (peiljaar van de meest recente Nibud-richtlijnen). Ter vergelijking: voor een 15-jarige is dat €25 tot €35 en voor een 16-jarige €25 tot €43. Het zakgeld groeit dus mee met de leeftijd, maar de ondergrens van €25 blijft een tijd hetzelfde.
| Leeftijd | Zakgeld per maand |
|---|---|
| 14 jaar | €25 tot €32 |
| 15 jaar | €25 tot €35 |
| 16 jaar | €25 tot €43 |
| 17 jaar | €25 tot €40 |
Die bovengrens bij 14 jaar is relatief laag vergeleken met oudere tieners, wat logisch is: een 14-jarige heeft minder zelfstandige uitgaven dan een 16- of 17-jarige die misschien al met het openbaar vervoer reist of vaker buitenshuis eet.
Wat is verstandig om wél en niet mee te betalen?
Spreek vooraf duidelijk af wat jouw kind van het zakgeld moet betalen en wat jij als ouder gewoon blijft vergoeden. Dat voorkomt misverstanden en leert je kind realistisch plannen. Een paar vuistregels die veel ouders hanteren:
- Jij betaalt: schoolspullen, sportcontributie, basiskleding en vervoer voor schoolactiviteiten.
- Je kind betaalt zelf: extra snacks, een spelletje, een abonnement op een app of een cadeau voor een vriend.
- Grijze zone: extra kledingstuk dat je kind zélf wil maar niet nodig heeft. Dat kun je halveren of volledig bij je kind neerleggen.
Hoe duidelijker die afspraken zijn, hoe beter je kind leert omgaan met een beperkt budget. Dat is uiteindelijk het doel van zakgeld: niet alleen geld geven, maar ook leren wat je ermee kunt en niet kunt doen.
Mag je zakgeld inhouden als straf?
Dit is een vraag die veel ouders zich stellen. Zakgeld inhouden als straf werkt vaak averechts, omdat het kind het geld dan als iets ziet dat het kan “verdienen” of “verliezen” met gedrag. Zakgeld is juist het meest leerzaam als het een vast, betrouwbaar bedrag is. Gebruik liever andere consequenties bij slecht gedrag en houd zakgeld als aparte afspraak in stand.
Omgekeerd: je hoeft zakgeld ook niet te koppelen aan klusjes in huis. Klusjes zijn iets wat alle gezinsleden bijdragen; zakgeld staat daar los van. Je kunt je kind wél extra betalen voor grotere klussen buiten het normale takenpakket, maar maak dat dan een apart bedrag bovenop het gewone zakgeld voor een 14-jarige.
Een bedrag van €25 tot €32 per maand is voor de meeste 14-jarigen een werkbaar startpunt. Pas het aan op wat jouw gezin aankan en op hoeveel verantwoordelijkheid jouw kind al aankan. Het gaat er uiteindelijk om dat je kind leert omgaan met geld, niet om het exacte bedrag.



