Bericht delen

Andere berichten

Andere Categorieën

Over de schrijver

Gemiddeld zakgeld per leeftijd: dit geven de meeste ouders

Inhoudsopgave

Het gemiddelde zakgeld in Nederland ligt, naar schatting rond 2026, tussen de 1 en 4 euro per week voor basisschoolleerlingen en kan oplopen tot 15 à 20 euro per week voor middelbare scholieren. Hoeveel precies passend is, hangt sterk af van de leeftijd van je kind en wat je verwacht dat het van dat geld betaalt. Het Nibud geeft hiervoor richtbedragen die door veel ouders als uitgangspunt worden gebruikt.

Gemiddeld zakgeld per leeftijd

Het Nibud publiceert richtbedragen voor zakgeld per leeftijdscategorie. Deze bedragen zijn geen verplichte norm, maar geven een goed beeld van wat in Nederland gangbaar is. Onderstaande tabel toont de globale richtlijn:

Leeftijd Zakgeld per week (richtlijn Nibud)
4 tot 5 jaar circa 0,50 euro
6 tot 7 jaar circa 1 euro
8 tot 9 jaar circa 1,50 euro
10 tot 11 jaar circa 2 tot 2,50 euro
12 jaar circa 3 euro
13 tot 14 jaar circa 4 tot 5 euro
15 tot 16 jaar circa 6 tot 8 euro

Bovenstaande bedragen zijn schattingen gebaseerd op de Nibud-richtlijnen en geven aan wat een gemiddeld kind van die leeftijd redelijkerwijs nodig heeft voor kleine uitgaven. Denk aan een snoepje, een kaartje of een kleine aankoop in de pauze. Van dit bedrag wordt niet verwacht dat het kind kleding, schoolspullen of uitstapjes zelf betaalt.

Zakgeld versus kleedgeld: een belangrijk verschil

Zakgeld is bedoeld voor kleine, vrije uitgaven waar het kind zelf over mag beslissen. Kleedgeld is iets anders: dat is een apart, hoger bedrag dat tieners ontvangen om (een deel van) hun eigen kleding van te kopen. Het Nibud adviseert om pas met kleedgeld te beginnen rond 12 à 13 jaar, wanneer een kind al wat ervaring heeft met omgaan met geld. Bij kleedgeld liggen de bedragen een stuk hoger, vaak richting 30 tot 50 euro per maand, afhankelijk van wat er precies van wordt verwacht.

Het is slim om voor jezelf duidelijk te maken wat bij jou onder zakgeld valt en wat niet. Moet je kind zijn eigen schoollunch betalen? Dan moet het bedrag omhoog. Zijn uitjes altijd voor rekening van de ouders? Dan is een lager zakgeld prima.

Wanneer je het bedrag beter kunt aanpassen

De gangbare richtbedragen zijn een vertrekpunt, maar er zijn situaties waarin afwijken logisch is. Als je kind al vroeg leert sparen voor iets groters, kan een iets hoger bedrag motiverend werken. Andersom: als een kind moeite heeft met niet meteen alles uitgeven, kan beginnen met een lager bedrag juist leerzamer zijn. Het gaat er vooral om dat het kind de kans krijgt om echte keuzes te maken, ook als die soms verkeerd uitpakken.

Verhoog het zakgeld niet te snel als het op is. Dat leert een kind juist niet omgaan met een budget. Geef in plaats daarvan een vaste dag in de week (of maand voor oudere kinderen) waarop het zakgeld wordt overgemaakt of gegeven. Regelmaat helpt.

Praktische tips bij het bepalen van het bedrag

  • Begin laag en verhoog per verjaardag of schooljaar. Zo voelt de verhoging als een beloning voor het ouder worden.
  • Praat samen door wat het kind van het zakgeld wil kopen. Dat geeft direct inzicht in of het bedrag reëel is.
  • Maak duidelijke afspraken: wat betaalt het kind zelf, en wat betaal jij nog? Zo is er geen discussie achteraf.
  • Geef zakgeld los van klusjes thuis. Klusjes horen bij het gezin, zakgeld staat daarvan los. Wil je klusjes belonen? Doe dat apart.
  • Overweeg voor oudere kinderen (12 plus) maandelijks in plaats van wekelijks te geven, zodat ze leren plannen over een langere periode.

Het gemiddelde zakgeld in Nederland is geen vast getal, maar de Nibud-richtlijnen geven een goed houvast. Begin met een bedrag dat past bij de leeftijd en de verwachtingen die je hebt, en pas het aan als de situatie dat vraagt. Het belangrijkste is niet het exacte bedrag, maar dat je kind de kans krijgt om te oefenen met echte keuzes maken.