Hoeveel kleedgeld je geeft, hangt sterk af van de leeftijd van je kind. Volgens het Nibud kost alle kleding voor kinderen vanaf 12 jaar gemiddeld 71 euro per maand. Dat is het bedrag voor alles: van sokken en ondergoed tot schoenen en een winterjas. Dit cijfer geeft een goede basis om van uit te gaan als je bepaalt wat een reëel kleedgeld is.
Wat valt er onder kleedgeld?
Kleedgeld is bedoeld voor alle kleding en schoenen die je kind zelf koopt. Denk aan: een spijkerbroek, sportschoenen, een jas voor de winter, T-shirts, maar ook ondergoed en sokken. Als je kind kleedgeld krijgt, is het de bedoeling dat hij of zij daar zelf keuzes in maakt. Dat is meteen een goede leeroefening in budgetteren.
Het verschil met zakgeld is belangrijk. Zakgeld is voor kleine uitgaven zoals snoep, een drankje of een app. Kleedgeld is specifiek voor kleding en schoenen. Sommige ouders combineren dit tot één bedrag, anderen houden het apart. Apart houden maakt het duidelijker wat voor welk doel bestemd is.
Hoeveel kleedgeld per maand is reëel?
Het Nibud hanteert een gemiddeld bedrag van 71 euro per maand voor alle kleding van kinderen vanaf 12 jaar. Dat lijkt misschien veel, maar bedenk dat een winterjas al snel 80 tot 120 euro kost en sportschoenen van een bekend merk ook makkelijk 60 tot 100 euro. Over een heel jaar verspreid zijn de kosten echter flink.
In de praktijk kun je dit ook jaarlijks uitrekenen en omrekenen naar een maandbedrag. 71 euro per maand komt uit op ongeveer 852 euro per jaar. Dat is inclusief seizoensaankopen zoals een zomergarderobe en een winterjas. Als je kind snel groeit, liggen de kosten eerder aan de bovenkant van dit gemiddelde.
Voor jongere kinderen (jonger dan 12 jaar) is kleedgeld minder gebruikelijk. Ouders kopen de kleding dan vaak zelf. Pas rond de middelbare school willen jongeren zelf bepalen wat ze dragen, en dan is kleedgeld een logische stap.
Kleedgeld per maand of per kwartaal uitkeren?
Je kunt kleedgeld maandelijks uitkeren, maar per kwartaal of per seizoen werkt voor veel gezinnen beter. Kleding koop je niet elke maand evenveel. In het najaar is er meer nodig dan in de zomer. Een kwartaalbedrag van rond de 200 euro (gebaseerd op het Nibud-gemiddelde) sluit beter aan op het echte koopgedrag.
Voordeel van een groter bedrag per kwartaal: je kind leert plannen. Als hij of zij in september de helft uitgeeft aan sneakers, moet er in november zuiniger worden gekeken naar kleding. Dat is een waardevolle les, ook al is het soms wennen.
Valkuilen bij kleedgeld
Een veelgemaakte fout is dat ouders bijspringen als het kleedgeld op is. Dat haalt de leerervaring eruit. Spreek vooraf duidelijk af: dit is het budget en als het op is, is het op. Uitzonderingen kunnen voor echte noodgevallen, zoals kapotte schoenen midden in de winter.
Een andere valkuil: het bedrag te laag instellen. Als kleedgeld structureel te krap is, koopt je kind noodgedwongen goedkope kleding die snel slijt, of vraagt toch steeds om extra geld. Gebruik het Nibud-bedrag als reëel vertrekpunt en pas het aan op basis van wat jij als ouder redelijk vindt en wat jullie financiële situatie toelaat.
Tot slot: maak goede afspraken over wat wel en niet vanuit kleedgeld betaald wordt. Valt sportkleding er ook onder? En het schooltasje? Hoe duidelijker de grenzen, hoe minder discussie achteraf.
Wil je het kleedgeld eerlijk instellen, dan is 71 euro per maand voor jongeren vanaf 12 jaar een goed uitgangspunt (op basis van Nibud-cijfers). Pas dat aan op het leeftijd en de groeifase van je kind, en maak afspraken over wat er wel en niet van gekocht wordt. Dan werkt kleedgeld als een prima manier om je kind financieel verantwoordelijker te maken.



