Zakgeld berekenen doe je op basis van de leeftijd van je kind. Het Nibud (Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting) geeft hiervoor richtbedragen die breed worden gebruikt in Nederland. Voor een kind van 6 jaar ligt dat rond de 50 cent per week, terwijl een tiener van 16 jaar al snel richting de 15 euro per maand gaat. Hieronder vind je een concreet overzicht en een uitleg hoe je het bedrag bepaalt dat bij jouw situatie past.
Richtbedragen zakgeld per leeftijd
Het Nibud publiceert regelmatig adviezen over hoeveel zakgeld passend is bij een bepaalde leeftijd. De bedragen hieronder zijn gebaseerd op die richtlijnen (naar schatting voor 2025-2026) en geven je een goed startpunt. Jongere kinderen krijgen zakgeld per week, omdat een week voor hen overzichtelijker is dan een maand.
| Leeftijd | Bedrag per week | Omgerekend per maand |
|---|---|---|
| 6 jaar | € 0,50 | ± € 2,00 |
| 8 jaar | € 1,00 | ± € 4,00 |
| 10 jaar | € 1,50 | ± € 6,00 |
| 12 jaar | € 2,00 | ± € 8,00 |
| 14 jaar | € 2,50 tot € 3,00 | ± € 10,00 tot € 12,00 |
| 16 jaar | nvt | ± € 14,00 tot € 16,00 |
Vanaf een jaar of 14 à 15 schakelen de meeste gezinnen over op een maandbedrag. Dat sluit beter aan bij hoe je kind later met geld omgaat, want de meeste rekeningen en inkomens lopen ook per maand.
Zo bereken je het zakgeld stap voor stap
Een vast bedrag per leeftijd is een handig vertrekpunt, maar het bedrag dat je uiteindelijk kiest, hangt ook af van wat je kind zelf moet betalen van dat zakgeld. Gebruik dit stappenplan:
- Stap 1: Kijk naar de leeftijd. Gebruik de richtbedragen hierboven als uitgangspunt.
- Stap 2: Bepaal waarvoor het zakgeld bedoeld is. Moet je kind van het zakgeld alleen kleine leukigheden betalen, of ook vervoer, schoolspullen of kleding? Hoe meer verantwoordelijkheid, hoe hoger het bedrag.
- Stap 3: Pas aan op je eigen budget. De richtbedragen zijn adviezen, geen verplichtingen. Een lager bedrag is prima, zolang het eerlijk en consistent is.
- Stap 4: Bespreek het met je kind. Leg uit waar het zakgeld voor bedoeld is en wat je kind er zelf van moet betalen. Duidelijkheid voorkomt gedoe.
- Stap 5: Evalueer jaarlijks. Verhoog het bedrag bij een verjaardag of aan het begin van een nieuw schooljaar, zodat het meegroeit met je kind.
Zakgeld versus kleedgeld: wat is het verschil?
Zakgeld is bedoeld voor kleine, dagelijkse uitgaven zoals snoep, een app of een cadeautje voor een vriend. Kleedgeld is iets anders: daarmee betaalt je kind (meestal een tiener) zelf zijn of haar kleding. Het Nibud maakt dit onderscheid bewust. Kleedgeld is doorgaans een groter maandbedrag en vraagt meer planningsvermogen van je kind. Het combineren van zakgeld en kleedgeld in één bedrag werkt goed voor tieners vanaf ongeveer 14 à 15 jaar, mits je duidelijk afspreekt wat er van betaald moet worden.
Valkuilen bij het berekenen van zakgeld
Een veelgemaakte fout is zakgeld koppelen aan taken zoals afwassen of de vuilnisbak buiten zetten. Het idee klinkt logisch, maar het nadeel is dat je kind taken als een betaalde klus gaat zien, terwijl bijdragen aan het huishouden gewoon bij het gezinsleven hoort. Wil je je kind stimuleren? Geef dan eventueel een kleine bonus voor een échte extra klus, buiten de vaste taken om.
Een andere valkuil is het bedrag te lang gelijk houden. Als het zakgeld niet meegroeit met de leeftijd, verliest het zijn educatieve waarde. Je kind leert immers niet omgaan met grotere bedragen en meer verantwoordelijkheid.
Tot slot: springen in het diepe helpt. Geef je kind echt de vrijheid om zelf keuzes te maken met het zakgeld, ook als dat betekent dat het geld snel op is. Juist van die ervaring leert een kind het meest.
Het berekenen van zakgeld hoeft niet ingewikkeld te zijn. Neem de leeftijdsrichtlijnen als basis, kijk wat je kind zelf moet bekostigen en pas het bedrag elk jaar aan. Zo leert je kind stap voor stap omgaan met geld, wat uiteindelijk veel waardevoller is dan het bedrag zelf.



